Uncategorized

2021: een jaar vol aanpassingen en vernieuwing 1024 923 L'Ilot

2021: een jaar vol aanpassingen en vernieuwing

2020 was, zoals iedereen weet, een erg moeilijk jaar op psychologisch en sociaal vlak. Al onze diensten hebben hun manier van werken moeten aanpassen en de richtlijnen moeten naleven om de pandemie tegen te gaan. De opeenvolgende lockdowns, de gezondheidsmaatregelen en de sociale afstand hebben een heel aantal activiteiten stilgelegd die essentieel waren om de band met de mensen te behouden en hun eigenwaarde terug te geven. Eén van onze prioriteiten voor 2021 was daarom om de band tussen de werkers en werksters enerzijds en de gebruikers en gebruiksters anderzijds op te bouwen en te versterken.

Onze leidraad is dakloosheid de wereld uit te helpen met structurele, waardige en duurzame woonoplossingen. Ons werk op dat vlak is daarom evenredig met de nood van de mensen die we begeleiden: essentieel en veelzijdig. Preventie van dakloosheid maakt integraal deel uit van de benadering van ʻt Eilandje en staat centraal binnen al onze overwegingen ten aanzien van mensen die dakloos dreigen te worden. Op het terrein vertaalt zich dat concreet in, met name, de dienst Thuisbegeleiding (S.Ac.A.Do.) en de Huisvestingsdienst (SIL).

Door de toenemende sociaaleconomische crisis vlak na de coronacrisis, die recent nog groter geworden is door de energiecrisis en de keldering van de koopkracht van de huishoudens, is de krachtlijn Preventie van onze werking belangrijker dan ooit: de begeleiding van mensen die dakloos dreigen te worden, zodat zij hun woning niet verliezen, is net zo belangrijk als de begeleiding van mensen die hun woning al kwijt zijn. Concreet loopt tegenwoordig een groot aantal mensen en gezinnen het risico om dakloos te worden, en dat aantal blijft groeien. Door hen nu te begeleiden, remmen we de stijging van het aantal mensen dat op straat terechtkomt af.

Voor iedereen die elke dag opnieuw moet kiezen tussen de huur betalen of de koelkast vullen is het bezoek van onze teams cruciaal. Het gaat erom dat eenieder zich thuis wat beter voelt en in zijn of haar woning kan blijven wonen. Voor ʻt Eilandje is de uitdaging groot: dakloosheid zo goed als mogelijk voorkomen.

De diensten van ʻt Eilandje kaderen niet zozeer in een humanitaire of goede doel opvatting voor bijstand aan personen, dan wel in een visie die sociale rechtvaardigheid promoot en ze hebben als doel dakloosheid te bestrijden door de rechten van personen te herstellen. Deze visie op maatschappelijk werk geeft voorrang aan langetermijnoplossingen en betrekt de begunstigden actief bij de voorgestelde aanpak. De bedoeling is om mensen hun toekomst zelf in handen te la-ten nemen en om de weg naar autonomie en emancipatie te openen.

>> Lees ons activiteitenverslag.

 

Een dagcentrum door en voor vrouwen 1024 608 L'Ilot

Een dagcentrum door en voor vrouwen

Gealarmeerd door de cijfers die inconsistent leken met de armoederealiteit waarin vrouwen in België leven*1 maar ook door de feedback van het terrein zelf, waaruit bleek hoe moeilijk het was om dakloze vrouwen goed te begeleiden, leek het ons noodzakelijk om een actiestudie te voeren om beter in kaart te brengen hoe vrouwen op straat terechtkomen en om hun specifieke behoeften te onderzoeken. Dat hebben wij in 2021 gerealiseerd en onze vaststellingen zijn overduidelijk: het aantal dakloze of slecht gehuisveste vrouwen wordt enorm onderschat en het dienstenaanbod is niet geschikt voor hen, hoewel zij meer geweld tegenkomen dan hun mannelijke collegaʼs.

Die onderschatting van het aantal dakloze vrouwen heeft te maken met wat wij “verborgen dakloosheid” noemen, die vooral vrouwen treft: om niet op straat te moeten slapen, brengen ze een nacht bij een vriendin door, dan een nacht in een auto, enz., waardoor ze onder de radar blijven en niet in de statistieken voorkomen. Het merendeel van deze vrouwen heeft geweld gekend (meestal huiselijk of intrafamiliaal geweld, maar ook sek-sueel geweld en/of geweld met betrekking tot mensenhandel of geweld tegenover vluchtelingen) alvorens hun woning te verliezen en eens ze op straat terechtkomen, leven ze opnieuw onder de voortdurende dreiging om aangerand te worden. Ze hanteren daarom onzichtbaarheidsstrategieën: ze vermannelijken, verwaarlozen bewust hun hygiëne of verplaatsen zich voortdurend, wat enerzijds opnieuw bijdraagt aan hun onzichtbaarheid, maar ook van invloed is op hun lichamelijke en mentale gezondheid.

Het dienstenaanbod in onze regio is niet (voldoende) aangepast aan de behoeften van deze vrouwen en aan hun pad vol geweld: de gemengde structuren werken niet, want die worden grotendeels door mannen bezet en het gemengde karakter ervan is voor sommige slachtoffers van ernstig geweld onoverkomelijk. Bijgevolg vermijden vrouwen die plekken, zoals blijkt uit de bezoekcijfers van onze diensten. Wij hebben samen met een groep ervaringsdeskundigen en door middel van een sectoroverschrijdende aanpak een aantal aanbevelingen ontwikkeld om deze vaststellingen met waardige en duurzame oplossingen aan te pakken, waaronder de oprichting van een dagcentrum door en voor vrouwen.

Dat centrum zal aansluiten bij onze waarden en de autonomie van de gebruiksters aanmoedigen. Er zal gewerkt worden met teams met kennis van gendergerelateerd geweld en van alle uitdagingen rond vrouwenrechten. Op die manier zullen vrouwen zich veilig kunnen voelen en zal hun ervaring gewaardeerd worden.

Deze nieuwe structuur zal niet alleen voldoen aan de specifi eke behoeften van vrouwen, maar zal ook een impact op kinderen hebben. We weten namelijk dat kinderen in onze regio ongeveer 20% van de daklozen uitmaken, dat zij meestal met hun moeder samenleven en dat eenoudergezinnen bijna uitsluitend door vrouwen gedragen worden. Door de moeders op te vangen zorgen we ervoor dat bestaansonzekerheid niet van generatie op generatie overgedragen wordt en dat die kinderen niet op hun beurt dakloze volwassenen worden.

>> Lees ons activiteitenverslag.

*1 Volgens de laatste telling, uitgevoerd in november 2020 door Brussʼhelp, was slechts 21% van de daklozen in de Brusselse regio een vrouw, hoewel alle becijferde indicatoren erop wijzen dat armoede meer vrouwen dan mannen treft (zie in dat verband De Kart n°1 over dakloze vrouwen, te downloaden op de website van ʻt Eilandje, gepubliceerd in maart 2021).

Illustratie : Prisca Jourdain
Een woning behouden na een leven op straat 1024 712 L'Ilot

Een woning behouden na een leven op straat

Door de sterke stijging van de energieprijzen en door de algemene infl atie is een groot aantal mensen veroordeeld tot bestaansonzekerheid. Een nieuwe woning voor daklozen vinden is een eerste stap; daarna moeten zij er ook in slagen om de woning te behouden.

Daarom moet er, naast de ontwikke-ling van een aanbod aan waardige, toegankelijke en duurzame woningen, ook thuisbegeleiding aangeboden worden. Dat is de taak van onze twee diensten Thuisbegeleiding (S.Ac.A.Do.), waarvan de ene actief is in de regio Brussel en de andere in de regio Charleroi. Door zich aan te passen aan het ritme van de persoon of het gezin voor wie een woning gevonden werd, spelen de diensten een essentiële rol in het leven van deze mensen en werken op verschillende terreinen, zodat de gebruikers zich de woning kunnen toe-eigenen en er een evenwicht kunnen vinden.

Administratieve ondersteuning om het papierwerk af te handelen, budgetbegeleiding om prioriteit te geven aan de betaling van rekeningen en schulden, raad van professionals om de maatschappelijke steunverlening waarop eenieder recht heeft beter te begrijpen en te ontvangen, begeleiding bij de in-schrijving in een gezondheidscentrum of bij de zoektocht naar een waardi-gere woning of een woning die beter beant woordt aan de fi nanciële mid-delen, hulp bij het scheppen van nieuwe sociale banden of bij de integratie in de wijk... Of, simpelweg, een luisterend oor en psychosociale ondersteuning om de moed erin te kunnen houden...

Een ondersteunend netwerk rondom de betrokken persoon is een belang-rijke voorwaarde alvorens de be-geleiding stop te zetten. Als het op fi nancieel, medisch, administratief en woonvlak beter gaat met de persoon in kwestie, komen soms eenzaamheid en de angst om zich alleen tussen vier muren te bevinden om de hoek kijken. Die eenzaamheid kan zorgen voor onaangepaste reacties en nieuwe problematieken (neiging tot drinken, in zichzelf gekeerd geraken, verlei-ding om weer op straat te gaan leven en om zijn of haar vroegere overle-vingsnetwerk op te zoeken, enz.).

In 2021, begeleidde één van onze S.Ac.A.Do.-teams bijvoorbeeld Marie, die een huur van 900 euro betaalde met een OCMW-uitkering voor alleenstaanden van eveneens ongeveer 900 euro. Je begrijpt al snel hoe moeilijk het voor haar was om menswaardig te kunnen leven met een huur die even hoog was als haar inkomsten. Als ge-volg van een werkongeval waren de cognitieve vaardigheden van Marie achteruitgegaan. Wij hebben haar daarom geholpen bij haar aanvraag bij de Federale Overheidsdienst Soci-ale Zekerheid om een erkenning als gehandicapt persoon te krijgen. Uiteindelijk had Marie recht op een bijko-mend inkomen, waarmee ze met een rustiger gemoed kon leven.

Door de coronacrisis in 2020 waren we genoodzaakt onze manier van werken aan te passen en konden we geen thuisbezoeken meer doen. Het gemis aan contact had een enorme impact op de begeleide personen: ze hadden enorm geleden onder de eenzaamheid, temeer daar het grotendeels om alleenstaanden ging met weinig sociale contacten en een zo goed als onbestaand familienetwerk.

Tijdens dat jaar hebben we meer dan ooit het belang van ons werk ingezien en dat van één van onze belangrijkste werkterreinen: bij de mensen thuis. Daarom hebben we in 2021 van het herinvoeren van thuisbezoeken een prioriteit gemaakt. Tijdens die bezoeken werden uiteraard de gezondheidsmaatregelen strikt nageleefd. Daarnaast hebben we ook opnieuw collectieve activiteiten georganiseerd, zowel culturele, sociale of vrijetijdsactiviteiten als ontspan-nende activiteiten. Zo werd er een picknick, een cinemadebat, een bowling en een bezoek aan de kerstmarkt georganiseerd om de eenzaamheid te doorbreken die ontstaan was tijdens de pandemie.

>> Lees ons activiteitenverslag.

Zich thuis voelen dankzij de SIL 1024 734 L'Ilot

Zich thuis voelen dankzij de SIL

Hulp tijdens de verhuis of het intrekken in een woning, materiaal en meubels ter beschikking stellen, meubels installeren, schoonmaken en herstellingen en kleine werken uitvoeren zijn allemaal concrete acties aangeboden door de SIL, onze Huisvestingsdienst, die een sectorspecifi eke aanpak heeft voor elke dakloze die gebruikmaakt van de Brusselse diensten.

De SIL werd midden in de coronacrisis op-gericht en is actief sinds november 2020. De dienst biedt logistieke begeleiding aan daklozen wanneer ze in een woning intrekken. De dienst helpt hen zich hun nieuwe woonplek eigen te maken zodat ze zich er daadwerkelijk thuis voelen. Doordat wij hen meubels, elektri-sche apparaten, decoratieve elementen, enz. laten kiezen en gratis geven, kunnen begeleide personen hun nieuwe interieur naar eigen smaak inrichten. Zo voelen zij zich waardiger en wordt de band met hun woning versterkt, wat de kans om de woning te behouden vergroot.

>> Lees ons activiteitenverslag.

’t Eilandje: 5 krachtlijnen 1024 389 L'Ilot

’t Eilandje: 5 krachtlijnen

5 krachtlijnen: noodopvang, tijdelijk verblijf, huisvesting, opleiding en een job en gezonde voeding.

Hartelijk dank aan Ariane, Charline, Philip, Kasole, Stephan, Ana, Simon, Eric, Khalid, Véronique, Fred, Julie, Edgar, de medewerkers, vrijwilligers en bewoners die dag na dag deelnemen aan het leven van L'Ilot.

Help ons een locatie te vinden voor het toekomstige Dagcentrum voor dakloze vrouwen! 820 312 L'Ilot

Help ons een locatie te vinden voor het toekomstige Dagcentrum voor dakloze vrouwen!

‘t Eilandje heeft de ambitie om het eerste dagcentrum voor dakloze vrouwen in Brussel te openen.De voorbije maanden heb ik gewerkt aan de specifiek noden van daklozen vrouwen en heb ik, samen met hen, bekeken hoe het “ideale” laagdrempelige dagopvangcentrum voor vrouwen eruit ziet.Mijn vaststellingen, mijn aanbevelingen en de beschrijving van dit project , dat mee vormgegeven is met vrouwen die weten wat het betekent om rond te dolen, met verenigingen uit de sector van de hulp aan daklozen, met feminisme-organisaties en met academici,  kan u lezen in het verslag  ”Dakloosheid bij vrouwen: maak de onzichtbaren zichtbaar” dat hierbeschikbaar is. U vindt ook een verslag over de realiteit van dakloosheid bij vrouwen in de onderstaande video.

Nu is het moment om die droom te realiseren!

Een noodzakelijke eerste stap is dat we een locatie vinden voor dat centrum,”het ankerpunt voor vrouwen zonder woonplaats”, zoals Marie het noemt, een van onze ervaringsdeskundigen die aan het project heeft meegewerkt.  En we hebben u nodig! We zoeken een plek met:

  • een oppervlakte van 300m² of meer, ideaal 600 m²;
  • centraal gelegen (in de vijfhoek);
  • dicht bij een tramhalt of metrostation.

Kent u, binnen uw kennissenkring, leegstaande panden, eigenaars die graag samen met ons in dit vernieuwende project willen stappen?  Er zijn heel wat soorten gebouwen die geschikt zijn: grote ruimten die in modules kunnen ingedeeld worden, het type openbare gebouwen (oude schoolgebouwen, sportcomplexen, enz.), een grote eengezinswoning die aan renovatie toe is, een handelsgelijkvloers, oude kantoren, …Voor ons tikt de tijd! Spreek erover binnen uw kennissenkring, en neem zeker contact met ons als u een concreet voorstel hebt. We zijn ervan overtuigd dat een dagcentrum dat enkel gericht is op dakloze vrouwen, met een gendergerichte benadering en een team dat volledig opgeleid wordt voor hun specifieke problematiek, jammer genoeg een noodzaak is, een dringende noodzaak, in de hoofdstad van Europa. U kan er misschien toe bijdragen om dat project te realiseren!  U kan me contacteren door te antwoorden op deze mail of op tel. 0489.67.28.53. Van ganser harte dank!Elodie BlogieVerantwoordelijke voor het project “Dagcentrum voor vrouwen"

De specifieke opvang van kinderen in ‘t Eilandje 900 414 L'Ilot

De specifieke opvang van kinderen in ‘t Eilandje

Illustratie Prisca Jourdain

Wanneer kinderen in ‘t Eilandje aankomen, beschouwen hun ouders hen vaak gewoon als ‘bagage’, als een aanhangsel, en niet meer als een volwaardig persoon. Dat is het resultaat van de hele lijdensweg die élk gezin heeft doorgemaakt voor het in een van onze drie opvanghuizen aanbelandt. Ook al blijft de liefde die hen aan hun kinderen bindt altijd groter, toch slagen veel moeders en vaders die tot over hun oren in de problemen zitten, verteerd worden door de problemen en ontzettend veel schaamte voelen dat het zo ver gekomen is, niet meer de kracht om hun kinderen op de eerste plaats te zetten. Maar wie wel? 

De maatschappelijke teams van onze vereniging – en zeker de verantwoordelijken voor de steun bij het ouderschap en de referenten voor kinderen – zijn er vooral om ‘de kinderen’ opnieuw een plaats te geven in het traject van hun ouders, die vaak menen dat een baby of een peuter toch niet veel begrijpt van de situatie waar ze in zitten. Maar ook al kan een kind nog niet spreken, het voelt wel veel: stress, angst, onzekerheid … 

In functie van hun leeftijd en van de relaties met hun naaste omgeving, hebben kinderen wanneer ze bij ’t Eilandje aankomen, meer of minder ‘schade’ opgelopen door de beproevingen die ze hebben doorstaan. Sommigen drukken niet uit en tonen ook niet meteen in hoeverre ze getekend zijn door de gebeurtenissen.  

De professionnals zijn dus erg aandachtig voor de uitgedrukte emoties, voor de plaats die men aan de kinderen laat, voor het respect voor hun behoeften (ritme, spelletjes, luisteren, enz.). Want wanneer dingen onbespreekbaar blijven, leidt dat geheid tot negatieve gevolgen voor het gezin. Er moet dus een belangrijk werk verricht worden om te zorgen dat kinderen die in het opvanghuis zitten, zich kunnen uiten via specifieke activiteiten en individuele gesprekken. 

Wanneer alles goed loopt, zijn de kinderen uiteindelijk erg tevreden dat ze in ’t Eilandje zijn: er zijn veel vriendjes, spelletjes, activiteiten, … Het is het verlengde van de school, die andere kleine cocon die ver van alle problemen weg is. Er ontstaan affectieve en vertrouwensbanden, met de opvoeders en opvoedsters, andere bewoners en hun kinderen. Het team moet er wel op letten dat die banden niet tot nog meer moeilijkheden leiden bij het vertrek: wanneer men zich hecht, is het nog moeilijker om “tot ziens” te zeggen, om dat hele proces opnieuw te doorlopen in een ander opvanghuis of in zijn nieuwe woning als ons team er een heeft kunnen vinden voor het gezin. Om dat op te vangen, kunnen de activiteiten om het ouderschap te ondersteunen nog een tijdje doorlopen nadat een gezin het opvanghuis van ’t Eilandje heeft verlaten. 

Ook al doen de teams al wat ze kunnen om de onschuld van de kinderen te bewaren, ze worden regelmatig geconfronteerd met geweld, met crisissituaties of met de geestelijke gezondheidsproblemen van andere bewoners van het opvanghuis. De opvoeders en maatschappelijk assistenten kunnen er met hen over spreken… tenzij hun ouders dat weigeren, wat jammer genoeg vrij vaak gebeurt. 

Er kan nog veel vooruitgang geboekt worden opdat de kinderen er in de best mogelijke omstandigheden opgevangen worden en kunnen verblijven, te beginnen met lokalen die beter aangepast zijn aan hun specifieke behoeften: momenteel kunnen we in het opvanghuis geen gesprek met een ouder en/of diens kinderen voeren zonder dat we gestoord worden of kunnen gehoord worden door mensen die in de gang spreken en soms roepen … 

Er moeten dringend structurele middelen worden vrijgemaakt opdat de kinderen kunnen genieten van lokalen die volledig aangepast zijn aan hun behoeften en opdat er initiatieven worden opgestart om hen te begeleiden, te omkaderen, op de best mogelijke manier als hun gezin in een kwetsbare situatie zit.

De Kart #2 de begeleiding van jongeren op de dool :het project MACADAM 1024 875 L'Ilot

De Kart #2 de begeleiding van jongeren op de dool :het project MACADAM

Madeleine Guyot, voorzitster van de vereniging Macadam - jongeren op de dool, en Simon Niset, directeur van een van de opvanghuizen voor alleenstaande mannen van ‘t Eilandje in Charleroi wisselen van gedachten over de specifieke kenmerken van de begeleiding van jongeren (tussen 15 en 26 jaar).

'T Eilandje: Simon Niset, Vangt u
jongeren op in uw opvanghuis?

Simon Niset: Ja, in 2019 en in 2020
waren 20% van onze bewoners zijn
jongeren tussen 18 en 24 jaar. Dat
is behoorlijk veel. Het is een recente
evolutie.

'T Eilandje: Hoe zijn die bij u
aangekomen?

Simon Niset: Dat kan op verscheidene
manieren gebeuren. Ze kennen
opvanghuizen, of ze hebben zich tot
een sociale dienst van de eerstelijnszorg
gericht, of ze telefoneren zelf spontaan
in de hoop ergens een opvangplaats
en tijdelijk onderdak te vinden... Wat
mij treft is dat veel van die jongeren
al een geschiedenis in de jeugdhulp
hebben. Men kan zich dus afvragen
of er iets mislukt is in een vroeger
stadium, in het gezin en daarna bij
de instellingen die geacht worden
de taak over te nemen. Iemand tot
zelfstandigheid te brengen, is altijd
complex geweest. We moeten echter
vaststellen dat het voor een flink deel
van de jongeren niet werkt zoals het
zou moeten.
Met het team van maatschappelijk
assistenten en opvoeders van ons
opvanghuis van 't Eilandje, stellen
we ons vragen bij de opvang van die
doelgroep en onder andere of een
huis dat voor alle leeftijdsgroepen
openstaat, wel de geschikte oplossing
is. We stellen twee dingen vast: ten
eerste raken bepaalde subgroepen
jongeren in conflict met de oudere
bewoners, en ten tweede zien we de
potentieel slechte invloed van die
oudere bewoners op de jongeren,
zeker op jongeren die een vaderfiguur
zoeken. Tegelijkertijd geloof ik sterk
in het mengen van alle leeftijden en
doelgroepen. Enerzijds loop je, door
specifieke structuren voor jongeren
op te zetten, het risico dat ze elkaar

neerhalen. Anderzijds, en dat moeten
we eerlijk toegeven, hebben we al
jongeren opgevangen die bij hun
vertrek zwaarder beschadigd waren
dan toen ze aankwamen, omdat ze de
foute mensen hadden ontmoet, vaak in
verband met verslavingsproblemen.

'T Eilandje: Het risico op ‘afglijden’
zou volgens u kleiner zijn als de
jongeren onder elkaar blijven en
geen contact hebben met de oudere
doelgroep?

Simon Niset: Ik zou niet zeggen dat
het een problematiek is die eigen is
aan het feit dat de jongeren bij elkaar
hangen. Het is volkomen normaal
dat jongeren samenklitten. Wat voor
ons zo complex maakt, is dat we hen
duidelijk moeten maken dat er voor
hen andere dingen op het spel staan
dan voor jongeren die in een gezin
zitten. We kunnen respecteren dat men
op z’n 18 gaat feesten, zorgeloos en
onbekommerd is... Maar een jongere
blijft 9 maanden bij ons, en als we op
die 9 maanden tijd de huisvesting niet
rond krijgen, dan gaat hij opnieuw op
straat belanden. Zo'n jongere moet dus
dringend in actie schieten, maar soms
is het moeilijk om hen dat te doen
inzien.

Madeleine Guyot: Wat Simon zegt,
klinkt op alle niveaus sterk door.
Het is een complexe kwestie. Deze
doelgroep wil dat hun aanvragen (en
ook het “niet aanvragen”) gehoord
worden, wil begrepen worden en wil
dat opnieuw een band tot stand wordt
gebracht. Het project Macadam wil een
laagdrempelige en onvoorwaardelijke
dagopvang bieden aan een doelgroep
die afgehaakt heeft en wil hen zo
spoedig mogelijk een antwoord buiten
de instellingen bieden. Laagdrempelig
betekent dat elke jongere er welkom
is, ongeacht hoe complex zijn situatie

is, ongeacht in hoeverre hij op eigen
benen staat.

'T Eilandje: Wat bedoelt u met ‘een
antwoord buiten de instellingen’?

Madeleine Guyot: Dat betekent dat
we aan de structuur constant de
kans geven om zich af te vragen of
de diensten die hij aanbiedt, wel
aansluiten bij de noden. Dat betekent
dat we de structuren dwingen om
zich aan te passen aan de jongeren,
in plaats dat de jongeren zich moeten
aanpassen aan de structuur. Het
betekent ook dat we vermijden met
een starre structuur te werken, want
voor bepaalde jongeren werkt het om
een project op te starten, werkt een
huisvestigingsproject, enz. maar voor
heel wat andere jongeren werkt dat
niet meer. Ze hebben een time-out
nodig. Macadam wil hen dat bieden,
met een begeleiding. Dat impliceert
dat het project Macadam bereid
is om te luisteren naar de vragen
die de jongeren niét stellen. Dat
zijn de drie krachtlijnen van
Macadam: onvoorwaardelijk, geen
vastgeroeste instelling zijn, en luisteren
naar het niet aanvragen.

'T Eilandje: Is het feit dat je wordt
gefinancierd door de overheden, die
verwachtingen koesteren, geen risico
dat het toch een ’instelling’ gaat
worden?

Madeleine Guyot: De kern van
Macadam is precies de intersectorale
werking: geestelijke gezondheidszorg,
jeugdhulp, dakloosheid, strijd tegen
armoede, enz. 't Eilandje kent deze
aanpak goed genoeg, omdat het in de
raad van bestuur zetelt en met vele
andere sectoren samenwerkt. Dat
waarborgt een ruimere blik dan louter
de blik van één enkele speler, van één
enkele “beleidsvisie”. Macadam wil niet
in een hokje terecht komen en wil op

de wip zitten tussen meerderjarigheid
en minderjarigheid, dakloosheid,
jeugdhulp, geestelijke gezondheid,
strijd tegen armoede, enz.

'T Eilandje: Simon Niset, wat vindt
u van het idee om een laagdrempelige
dagopvang voor jongeren te openen?

Simon Niset: Ik denk dat het een
zeer zinvol initiatief is. Het is ook
echt dringend. Die nood is eerder
al aangekaart door Philip De Buck,
directeur van het dagopvangcentrum
van 't Eilandje. Hij was gealarmeerd
door het aantal jongeren dat hij zag
langskomen, door hun moeilijkheden
om hun plaats te vinden in een
centrum dat voor iedereen openstaat,
door de moeilijkheid van het team
om aan hun specifieke noden en
verwachtingen te voldoen en door de
mogelijk slechte invloed die de oudere
bewoners zouden kunnen hebben
op de jongere bewoners die Philip
De Buck als uitermate kwetsbaar
beschouwt.

'T Eilandje: Wat is de goede manier
om die jongeren op te vangen en te
begeleiden?

Simon Niset: Ik meen dat we naar een
maximale diversiteit moeten streven en
homogene groepen moeten vermijden,
opdat alle jongeren zich uitgenodigd
voelen om naar het centrum te komen.
Verder zijn die jongeren volop aan hun
persoonlijkheid aan het werken, stellen
ze een systeem en elke andere vorm
van gezag in vraag. Er is dus een kader
nodig dat duidelijk is maar waarmee de
opvoeders intelligent kunnen omgaan,
anders dreigt het bijzonder ingewikkeld
te gaan worden.

Madeleine Guyot: We vangen
alle jongeren op, door de
opvangmodaliteiten aan te passen.
Het enige wat die jongeren gemeen

hebben, is dat ze op de dool zijn.
We spreken dan over migranten,
LGBTQI+, tienermoeders, enz. Je
moet hen kunnen aanspreken en
begeleiden op een manier die relevant
is in functie van hun situatie, en
je moet zeer reactief zijn. Tot slot
willen we hun participatie binnen
Macadam versterken, dat ze gehoord
worden door de politici, dat ze als
ervaringsdeskundigen optreden, enz.

'T Eilandje: Wat zijn de uitdagingen
en de aandachtspunten?

Simon Niset: We hebben een stevig
en groot team nodig om die jongeren
ook zeer concreet te begeleiden bij
hun administratieve stappen of bij
het zoeken naar een woning. En de
structuur goed integreren in de wijk,
zodat de jongeren er vlot binnen
kunnen, zonder dat ze moeten vrezen
dat ze niet welkom zijn.

Madeleine Guyot: Ze zijn met veel.
We moeten vermijden dat ze in de
beruchte “mobiliteitslus” van jongeren
op de dool belanden, die steeds tussen
dezelfde diensten heen en weer gaan
en die telkens weer op uitkomen waar
ze begonnen waren. Het komt erop
aan het traject van die jongeren te
verbeteren. Dat betekent dat we een
intersectorale benadering moeten
versterken, dat is noodzakelijk. We
moeten er ook in slagen jongeren te
bereiken die moeilijker te bereiken zijn,
zoals slachtoffers van mensenhandel
en seksuele uitbuiting. We willen ook
een expertise over die doelgroepen
opbouwen, die alle actoren uit de
sector ten goede kan komen. Tot slot
moeten we zorgen dat de financiering
in verhouding staat met wat er op het
spel staat. We hebben het duidelijke
en concrete engagement van de politici
over deze kwestie nodig.

De Kart #2 getuigenis 1024 516 L'Ilot

De Kart #2 getuigenis

Antoine is 17.
Hij woonde bij zijn moeder,
zijn stiefvader en diens kinderen.
De hel van de straat kent hij al.

het appartement was te klein voor iedereen
men riep me niet als het etenstijd was mijn stiefvader
zei me dat ik moest zwijgen voor mij stond er geen bord
geen bestek niets
ze gingen naar oma en opa mij zeiden ze niets
het was allemaal voor de kleintjes niets voor mij
ze hebben me te vaak stokken in de wielen gestoken
ik weet niet hoe ik het moet uitleggen
ik wilde gewoon meisjes versieren
muziek maken, feesten met de vrienden snap je
mijn stiefvader
mijn stiefvader dat was het niet.
mijn punten waren ook niet goed
ik maakte altijd te veel lawaai
ik studeerde niet genoeg en ging te veel uit,
ik ging niet voluit, dat had ik moeten doen
dus toen hij me sloeg
zie daar
en zo voilà

u zegt mevrouw het is maar enkele dagen ik heb wat problemen
maar het gat wel ik los het wel op maak u geen zorgen
maar niet maar het gaat niet
ik kan nergens naartoe
toen ik ben vertrokken heeft mijn stiefvader geroepen
dat ik maar beter niet terugkwam
mijn moeder weende
maar heeft niets gezegd, ze is bij hem gebleven ze is gebleven en dan
het spijt me
ik heb het niet lang volgehouden ik bedoel de school slapen bij vrienden
en dan welke vrienden ze waren er niet
en hun ouders wilden sowieso niet dat ik met hen optrok
ik ben niet zoals het hoort
men bekijkt me, overal war ik naartoe ga lacht men me uit
snap je plots begrijp je dat je op niemand kan rekenen
dan moet je ergens naartoe gaan waar men je niet kent

als je té depri bent zijn er altijd mensen in het centrum
je ziet gasten fuiven ze zijn dronken ze snappen niet echt
wat er aan de hand is het maakt hen niet uit waar je vandaan komt
als je het goed aanlegt kan je met hen aanpappen ze trakteren je wat pintjes
een sigaretje je voelt je wat minder alleen
maar dat duurt niet lang
je gaat met hen mee naar de cafés ze schuiven je iets toe
je snapt wel wat ik bedoel
plots denk je dat het goed zit, maar neen
daarna is het hetzelfde je kan nergens heen
naar mijn moeder neen laat maar
neen
ik hoop niet dat ze op mij wacht
misschien zit ze wel te wachten mogelijk maar
ik weet het niet
op de bank slapen dat is serieuze kost
allez je trekt een laatste keer aan je sigaret
in het donker en je hoort geluiden rond je
wat doe je dan
dan stap je en stap je de hele nacht lang
je wacht tot de zon weer opkomt
het eindigt nooit
misschien is er daarna een plaatsje
in een of ander centrum
ergens
en dan word je razend omdat je bij jezelf zegt
als je nu al zo is wat zal het zijn als ik 18
ben ben ik verloren
ben ik verloren

De Kart #2 cijfers en terminologie 1024 576 L'Ilot

De Kart #2 cijfers en terminologie

25,5 %

20%

4 kinderen op 10

20,6%

933

1 Brussels kind op 4

werkloosheid bij de min
24-jarigen (met andere woorden:
jongeren die als werkzoekende
ingeschreven zijn bij de overheidsdiensten
voor arbeidsbemiddeling
zoals Actiris of de Forem. Jongeren
die niet ingeschreven zijn, zijn
onzichtbaar en vallen buiten deze
cijfers).

20% van die jonge werklozen is
ook ingeschreven bij het OCMW.

in Brussel worden geboren
in een gezin dat onder de
armoededrempel leeft.

van de Belgische kinderen woonde
voor de Corona-crisis in “arme”
gezinnen. We verwachten dat dit
cijfer na deze crisis tot 25% zal
oplopen.

933 minderjarigen werden in 2020
als dakloos geregistreerd, dat is op
twee jaar tijd een stijging met 50,7%.
(Telling van Bruss’Help in het
Brussels Hoofdstedelijk Gewest).

groeit op in een gezin zonder
inkomsten uit arbeid.

Niet plaatsbare jongeren

Deze term komt uit de sectoren van de
jeugdhulp, geestelijke gezondheidszorg
en gehandicaptenzorg om jongeren aan
te duiden die op de grens tussen deze drie
sectoren zitten en die geen dienst vinden
die een antwoord biedt voor hun noden.
De begeleidingen die de instellingen
hebben opgezet, hebben ze geprobeerd
maar hebben gefaald. Het is ook de titel
van een documentaire van het Forum
tegen Ongelijkheden, die we u aanbevelen.

130 “niet plaatsbare jongeren” in de Federatie Wallonië-Brussel

NEET

(Not in Employment, Education or
Training): niet op school, aan het werk of
op stage. Je kan heel kortstondig “NEET”
zijn, zonder risico in een kwetsbare
situatie te komen, of je kan het heel
langdurig zijn en uit het systeem vallen.
Deze definitie moet in vraag gesteld
worden, want ze is gebaseerd op negatieve
omschrijvingen terwijl die jongeren
vaak heel dynamisch zijn en in actie
komen. Volgens het IWEPS (Institut
Wallon de l’Evaluation, de la Prospective
et de la Statistique) zouden in 2020
(dus voor de corona-crisis) 14,1% van
de 18-24-jarigen in het Brussels
gewest tot deze groep behoren, 14,8%
in Wallonie en 8,8% in Vlaanderen.

14,1 % de NEET in het Brussels gewest.

NBMV

Niet-Begeleide Minderjarige
Vreemdelingen: dat zijn jongeren van
buitenlandse origine die zonder hun
ouders of wettelijke vertegenwoordigers
in België zijn aangekomen. Sommigen
beginnen een asielprocedure, maar
velen doen het niet omdat ze hopen
door te reizen naar een ander Europees
land. Daardoor wordt hun situatie nog
zwakker. Die jongeren ontvluchten vaak
een zeer kwetsbare situatie en hebben
in hun land van herkomst ook vaak
al op straat geleefd. Omwille van hun
traumatische migratietraject en hun
moeilijke situatie in België, ontwikkelen
ze vaak verslavingsproblematieken.

93 NBMV in de Federatie Wallonië-Brussel in 2019.

Jongeren op de dool

Jongeren op de dool zijn jongeren
van 12-13 tot soms 25 jaar. Ze zijn ook
niet altijd dakloos in de enge betekenis
van het woord, maar gaan steeds heen
en weer tussen vrienden, sociaal verblijf,
familie, openbare plaatsen, kraakpanden,
enz. Die jongeren hebben de band
met thuis, de school, de instelling
losgelaten. Doordat ze geografisch
rondzwerven, is het bijzonder moeilijk
hen op te volgen. Daarom ontstond het
idee om een ankerpunt te creëren, dankzij
de nieuwe opvangstructuur Macadam
waar 't Eilandje actief aan meewerkt. Deze
structuur wil laagdrempelig
en onvoorwaardelijk zijn.