• 18 februari 2021

De Kart #1 cijfers

De Kart #1 cijfers

1024 576 L'Ilot

Vrouwen en dakloosheid / slechte huisvesting

Dakloosheid bij vrouwen wordt nog vaak miskend en onderschat omwille van de strategieën die de vrouwen zelf hanteren om te vermijden dat ze op straat belanden; het kadert in een continuüm van gekruiste discriminaties die vrouwen in elke fase van hun leven en op vele domeinen (werkgelegenheid, huisvesting, gezondheid, mobiliteit, pensioenen, enz.) treffen.

Volgens de recentste statistieken van Bruss’help, zouden 22,4% van de daklozen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest vrouwen zijn, en 59,1% mannen. In datzelfde gewest zouden 14,6% van de daklozen kinderen zijn, omdat kinderen vooral bij de moeder blijven en haar volgen.

Onder andere omdat ze een veel grotere kans lopen op armoede en omdat hun inkomsten globaal veel lager liggen (en al helemaal als ze in een sociaal kwetsbare situatie verkeren), staan vrouwen bijzonder zwak qua huisvesting.

Een woning vinden staat niet gelijk aan stabiliteit: vele vrouwen wonen in een woning die te klein is of niet aanpast of zelfs ronduit ongezond is. De kosten voor de verhuizing, hun precaire situatie en de evolutie van de huurmarkt dwingen hen vaak om er te blijven.

 

Geweld tegen vrouwen

Geweld is de grootste oorzaak van dakloosheid bij vrouwen. De getuigenissen die we op het terrein optekenen wijzen erop dat bijna alle dakloze vrouwen in de loop van hun leven zwaar geweld hebben ondergaan.

In België heeft 36% van de vrouwen fysiek en/of seksueel geweld ondergaan vanaf hun 15 jaar.

Voor 31 % van de vrouwen was de dader van het zwaarste geweld dat ze in hun leven hebben ondergaan, hun partner. 70 tot 80% van de klachten wegens intrafamiliaal geweld wordt geseponeerd.

Gemiddeld worden elke dag 3 klachten wegens verkrachting geregistreerd, maar men raamt dat slechts 16% van de slachtoffers van seksueel geweld naar de politie stapt. En slechts 4% van de ingediende klachten leidt tot een veroordeling.

In België werden in 2020 24 moorden op een vrouw opgetekend. Wereldwijd is in 70% van de gevallen van moord op een vrouw, hun (ex-)partner de dader.

 

Vrouwen en precaire situaties

De loonkloof is in België ruim 20% in het nadeel van vrouwen.

Doordat de last voor het gezin en het huishouden vooral bij de vrouw ligt, werken 44% vrouwen deeltijds (slechts 9% van de mannen werkt deeltijds), ook al hebben ze daar niet noodzakelijk voor gekozen.

In meer dan 80% van de eenoudergezinnen is die ouder een vrouw, en bijna 46% van die gezinnen leven van een inkomen dat onder de armoedegrens ligt.

57% van de leefloners zijn vrouwen en daarvan is bijna 40% alleenstaand met een of meerdere kinderen ten laste.

Meer dan 1 ouder op 10 krijgt de verschuldigde onderhoudsbijdrage voor de kinderen niet en 93% van de dossiers bij de DAVO (Dienst voor Alimentatievorderingen) om achterstallige alimentatieschulden in de vorderingen, zijn ingediend door vrouwen.

In België leven ongeveer 16% van de gepensioneerden onder de armoededrempel. Twee derden van die bijzondere zwakke personen zijn vrouwen en 46% vrouwen hebben geen minimumpensioen.

Het percentage financiële afhankelijkheid (of risico op individuele armoede) ligt voor vrouwen op 36% (tegenover 11% voor de mannen) en stijgt tot 50% voor vrouwen van 60 jaar en ouder en voor laaggeschoolde vrouwen.

Met een cijfer van 42% zijn vrouwen ook oververtegenwoordigd in de zogenaamde ‘sectoren met een verhoogd risico om de negatieve weerslag van de Corona-pandemie te voelen’, tegenover 32% voor de mannen; het werkloosheidspercentage is in Europa globaal stabiel gebleven maar is bij vrouwen wel gestegen.