• 7 septembre 2026

Kart #14 | Interview met Albert Moukheiber: empathie en sociale rechtvaardigheid

albert moukheiber empathie et justice sociale

Kart #14 | Interview met Albert Moukheiber: empathie en sociale rechtvaardigheid

Kart #14 | Interview met Albert Moukheiber: empathie en sociale rechtvaardigheid 1024 576 L'Ilot

Foto: ©Bojana Tatarska

Op het moment van dit interview is Albert Moukheiber on-derweg naar de gevangenis van Valence, waar hij discussies met gedetineerden zal leiden.  Hij is wetenschapper, doctor in de cognitieve neurowetenschap-pen en klinisch psycholoog,  gespecialiseerd in cognitieve voo-roordelen en de mechanismen  achter meningsvorming.

Hij is zeer begaan met kwesties op het gebied van sociale recht-vaardigheid en was bereid onze vragen te beantwoorden over empathie, onverschilligheid en ons collectieve vermogen om solidair te blijven.

Mogen we ons in 2026, in de huidige maatschappelijke context, afvragen welke rol onze onverschilligheid speelt?

ALBERT MOUKHEIBER : Het is moeilijk om deze vraag te beantwoorden. Het eerste is het nostalgische vooroordeel, dat inhoudt dat we denken dat het vroeger per se beter was. De situatie verslechtert, dat valt niet te ontkennen, maar op welke tijdschaal bekijken we dat? Het tweede effect is de gewenning. Gewenningseffecten zijn overal aanwezig, met name bij generaties die opgroeien in omgevingen waar het normaal wordt om mensen op straat te zien slapen. 

Ons brein is een vergelijkend orgaan en raakt gewend aan de normen.

Er is nog een derde effect: dat van herhaling die nergens toe leidt. Anders vervallen we in wat men ‘aangeleerde hulpeloosheid’ noemt: ‘Oké, het is onaanvaardbaar, maar aangezien we er toch niets aan kunnen doen, probeer ik niet meer in te grijpen.’

Bestaat het risico dan dat onverschilligheid geleidelijk de plaats inneemt van empathie?

ALBERT MOUKHEIBER : Ja, dat kan, hoewel dat niet automatisch gebeurt. Als ik empathie voel voor een situatie, maar eraan gewend raak, kan ik er onverschillig tegenover komen te staan omdat ik het niet meer opmerk. Het is niet eens per se onverschilligheid: het is onzichtbaarheid. Vandaar het belang om noodsituaties zichtbaar te blijven maken.

Wat verliest een maatschappij wanneer ze het normaal begint te vinden dat een kind in een auto slaapt?

ALBERT MOUKHEIBER : Het verliest de waarde van solidariteit en wederzijdse hulp. We moeten ook beseffen dat onze reacties zeer selectief zijn. Sommige mensen raken ontroerd door het lot van een achtergelaten dier, maar niet door dat van een mens. Anderen zijn geraakt door ondervoede kinderen in een bepaald land, maar niet per se in een ander. Empathie is zeer selectief, afhankelijk van de manier waarop we sociale groepen indelen.

Moet empathie worden beschouwd als ons moreel kompas?

ALBERT MOUKHEIBER : Empathie moet één van de vele factoren zijn. Het kan niet ons enige criterium zijn. Ik denk juist dat mijn morele kompas mij in staat moet stellen solidair te zijn met mensen voor wie ik geen empathie voel.

De collectieve plicht die we hebben, is om te weten hoe we solidariteit en wederzijdse hulp tot leven kunnen brengen, zelfs als er geen empathie is. 

Empathie zou geen voorwaarde moeten zijn voor altruïsme. We zouden dus niet moeten wachten tot we empathie voelen om altruïsme te tonen.

Als we niet langer geraakt worden door het lijden van anderen, verwijderen we ons dan ook van onszelf?

ALBERT MOUKHEIBER : Nee, helemaal niet. Mensen die in staat zijn te martelen, kunnen een sterk inlevingsvermogen behouden voor zichzelf, hun clan of hun familie. Dit kan hen zelfs helpen om hun verachtelijke daden te rechtvaardigen: « Ik ben vreselijk tegen die persoon, maar ik bescherm de mijnen en geef hen liefde. Ik bescherm mijn groep.”

In het maatschappelijk werk spreekt men van empathische burn-out. Gaat het hier om een verzadiging aan empathie?

ALBERT MOUKHEIBER : Ja, maar dan is het niet echt empathie meer: het is emotionele besmetting. Dat gebeurt wanneer ik geen grens meer kan trekken tussen het lijden van anderen en dat van mijzelf. 

Empathie houdt in dat je je de emotionele toestand van de ander voorstelt, terwijl je je tegelijkertijd realiseert dat die niet de jouwe is. In een toestand van verzadiging kan dat leiden tot een burn-out. Professionals in de sociale sector worden hier vaak mee geconfronteerd: te veel leed, te veel emotionele besmetting en te veel machteloosheid.

Zou het risico niet zijn dat we wezens zonder emoties worden?

ALBERT MOUKHEIBER : Nee, we gaan geen emotieloze wezens worden. Het risico is daarentegen dat we het leed rationaliseren terwijl we blijven denken dat we goede mensen zijn. Het risico is dat we afglijden naar meer individualisme, terwijl we sociale wezens zijn. Er is sprake van een soort afbrokkeling van solidaire samenlevingen, terwijl deze juist de basis vormen van democratische samenlevingen. Het risico is dat we dit model kwijtraken.

In het verleden hadden sommige samenlevingen en beschavingen geen enkel inlevingsvermogen voor mensen buiten hun eigen groep. Er waren wel degelijk emoties. Daarom strijden we vandaag de dag voor een maatschappijmodel dat de sociale dimensie van de mens niet uit het oog verliest.