• 5 oktober 2021

De Kart #2 jongeren op de dool

De Kart #2 jongeren op de dool

1024 576 L'Ilot

Jongeren en dakloosheid. Waar beginnen we? De realiteit is zo complex. Elke jongere heeft zijn eigen traject en problemen. Er is geen “one size fits all”, geen standaardoplossing die in alle opzichten voor iedereen past. En enkel de vraag van dakloosheid lost het probleem niet op.

Want een dakloze jongere is een jongere die gebroken heeft met zijn familie, of die de school verlaten heeft, of beide. Die misschien het slachtoffer is geworden van geweld, of geboren is in een kansarm gezin, of beide.Die een rugzak met trauma’s meedraagt, misschien een tijdje in de delinquentie heeft gezeten om te overleven, in drank of drugs is gevlucht om aan zijn of haar situatie te ontsnappen, of dat allemaal tegelijk.

Achter het woord “jongeren” kan veel schuilgaan: een zeer jonge vrouw die een gewelddadige thuissituatie is ontvlucht, een niet-begeleide minderjarige die in België is aangekomen na een pijnlijke en traumatiserende migratie, een stiefzoon waar de nieuwe partner niet wilde van weten, een meisje met een lichte handicap die door haar familie wordt verworpen of niet wordt begrepen. Of dat kind dat is opgegroeid in een gezin in moeilijkheden, opgevangen wordt door Pleegzorg, zich steeds meer gaat verzetten tegen elke institutionele opvang, een conflict heeft met “het systeem” dat volgens hem te weinig luistert, te veel regels oplegt, te star is… en onrechtstreeks ook te gewelddadig is.

In de loop van zijn of haar traject hebben de volwassenen die hem of haar moesten dragen, gefaald. Die jongere voelt zich in de steek gelaten of zelf verworpen door de maatschappij, en dat is begrijpelijk. Die maatschappij vraagt hem aan de ene kant om steeds vroeger voor zichzelf te zorgen, maar geeft aan de andere kant de middelen niet. De jongeren moeten de kost verdienen, de huishuur betalen, kortom op eigen benen staan, maar er zijn geen jobs meer en de huurprijzen zijn te hoog. Moeten we er nog aan toevoegen dat Corona en zijn gevolgen die situatie enkel erger hebben gemaakt?

Een jongere zonder vaste woonplaats is in drie opzichten op de dool: fysiek (van de ene plaats naar de andere), institutioneel (van de ene dienst naar de andere) en psychologisch (van de ene onzekere situatie naar de andere, zonder vaste stek). Die jongeren slapen een nacht bij vrienden, een nacht op een openbare plaats (de straat, een metrostation, een cinema, enz. ) en soms in een sociale opvangplaats. Ze drijven steeds
verder weg van de instellingen (en daarmee ook van de plaatsen waar ze zich op hun rechten kunnen beroepen) want die zijn ontoegankelijk geworden, zijn niet langer aangepast, en staan gelijk met geweld. Bij ’t Eilandje spreken we eerder van jongeren op de dool dan van dakloze jongeren. Omdat die jongeren voortdurend in beweging zijn en de institutionele structuren wantrouwen, is het bijzonder moeilijk om hen te begeleiden.

Daarom hebben we eind 2020 actief meegewerkt aan de oprichting van Macadam, een dagopvang voor jongeren op de dool, dat in juli 2021 werd geopend. Macadam heeft net als taak om een ankerpunt te creëren, een plaats waar die jongeren naartoe kunnen komen en kunnen terugkomen, zich even neerzetten en uitrusten en waar een vertrouwensband kan groeien. Om rekening te houden met de complexe realiteit van elk van die jongeren, werd het project intersectoraal uitgewerkt met organisaties uit de sector van hulp aan daklozen, hulp aan jongeren, jeugdzorg, strijd tegen ongelijkheden en geestelijke gezondheidszorg (Le Méridien, het Brussels Forum tegen Ongelijkheden, de Ligue bruxelloise pour santé mentale, AMO Cemo, Abaka en SOS jeunes).

Want jammer genoeg wordt de situatie elk jaar erger: niet alleen stijgt het aantal jongeren op de dool voortdurend, maar ze worden ook steeds vroeger in hun leven met dakloosheid geconfronteerd. Enkel en alleen al in Brussel spreken we over meer dan 900 minderjarigen, dat is 50,7% meer dan in 2018!

Maar onze teams blijven optimistisch en vastberaden: er is geen sprake van onze jongeren te laten vallen. De werkpunten zijn duidelijk: plaatsen buiten de instellingen creëren waar de jongeren in alle vrijheid kunnen zeggen wie ze zijn, hoe ze zich in het leven zien; intersectoraal werken om hen beter te begeleiden in de globaliteit en de complexiteit van hun traject en in de specifieke context die de fase “jeugd” zeker is; naar hen luisteren en hen de kans bieden om mee te werken aan oplossingen voor hen. Onze jongeren, en die jongeren in het bijzonder, moeten opnieuw hun plaats in de maatschappij vinden: zij zijn immers de hoop en de toekomst. Daarom moeten we naar hen kijken en hen beschouwen als mensen en niet als problemen. De politici moeten dringend het vertrouwen herstellen door naar hen te luisteren, in plaats van hen een maatschappijvisie op te leggen die niet bij hen past.

Want het komt erop aan hen opnieuw hun waardigheid en hun plaats in onze maatschappij te geven. Die jongeren verdienen dat. Als maatschappij kunnen we hen niet opnieuw in de steek laten.

Ariane Dierickx, Algemeen Directrice van ’t Eilandje

Bernard De Vos, Afgevaardigde voor de kinderrechten